LeerplatformKiezenonafhankelijke informatiesite

StartRegels en zekerheden

Een cursusomgeving die iedereen kan gebruiken

Toegankelijkheid is deels wetgeving en deels gewoon fatsoen. Wat je aan het platform vraagt en wat je zelf in je materiaal moet doen.

25 juni 2026  /  5 minuten lezen  /  Regels en zekerheden

Een deel van je deelnemers ziet slecht, hoort slecht, kan geen muis gebruiken of leest moeizaam. Bij een groep van honderd zijn dat er meer dan je denkt en de meesten zeggen er niets over. Ze haken af en jij ziet een cursus die niet werd afgemaakt.

Toegankelijkheid is daarom eerst een praktische kwestie en pas daarna een juridische. Maar de juridische kant wordt wel belangrijker.

Wat de regels zeggen

Voor overheidsorganisaties gelden in Nederland al langer eisen aan digitale toegankelijkheid. Nieuwer is de European Accessibility Act, Richtlijn (EU) 2019/882, in Nederland ingevoerd als de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten. Die wet is op 28 juni 2025 in werking getreden. De richtlijn geldt voor producten die na 28 juni 2025 in de handel worden gebracht en voor diensten die na die datum worden aangeboden. Het gaat om producten en diensten voor consumenten, waaronder elektronische handel en e-boeken. Voor een aantal situaties gelden overgangstermijnen. Die staan in artikel 32 van de richtlijn: dienstverleners mogen tot 28 juni 2030 doorgaan met producten die zij vóór 28 juni 2025 al rechtmatig gebruikten en dienstverleningscontracten van vóór die datum mogen ongewijzigd doorlopen tot ze verstrijken, uiterlijk vijf jaar na die datum. Micro-ondernemingen die diensten aanbieden zijn uitgezonderd. Dat staat in artikel 4, lid 5. Een micro-onderneming is volgens artikel 3, punt 23, een onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of jaarlijks balanstotaal van ten hoogste twee miljoen euro.

Of jouw cursus eronder valt, hangt af van wat je precies verkoopt en aan wie. Verkoop je online aan consumenten, dan is de kans reëel dat je bestelproces eronder valt. De inhoudelijke norm waar in Nederland naar verwezen wordt is EN 301 549. Die norm neemt voor het webdeel de succescriteria van de Web Content Accessibility Guidelines op niveau A en AA over. Welke versie van de norm op enig moment geldt, staat op de overheidssite over digitale toegankelijkheid.

Kort samengevat: als je zakelijk aan consumenten verkoopt en je bent niet piepklein, ga er dan van uit dat dit je aangaat. Voor de zekerheid over jouw situatie ga je naar een jurist, want dit artikel is een uitleg en geen advies.

Wat je aan het platform vraagt

Het platform bepaalt het frame, jij bepaalt de inhoud. Voor het frame stel je deze vragen en vraag om een schriftelijk antwoord.

  • Is er een toegankelijkheidsverklaring of een rapport? In deze markt bestaat daarvoor vaak een document dat beschrijft in hoeverre aan de norm wordt voldaan. Vraag ernaar en lees welke punten niet gehaald worden.
  • Kun je alles met alleen het toetsenbord? Menu openen, video starten, een toets maken, opslaan. Dit kun je zelf in vijf minuten testen in een proefaccount: leg je muis weg en probeer de cursus te doorlopen met de tabtoets.
  • Werkt het met een schermlezer? Vraag met welke ze getest hebben en wanneer.
  • Kun je de kleuren zo instellen dat het contrast voldoende is? Sommige pakketten laten je een accentkleur kiezen die vervolgens ook voor tekst gebruikt wordt. Een lichte huisstijlkleur wordt dan onleesbare tekst.
  • Kun je vergroten zonder dat de pagina breekt? Zet je browser op tweehonderd procent en kijk of er nog iets werkt.
  • Wat gebeurt er bij een foutmelding? Wordt uitgelegd wat er mis is, of verschijnt er alleen een rood randje?

Wat je zelf moet doen

Hier ligt het grootste deel van het werk en het platform kan het niet voor je oplossen.

Ondertiteling bij video. Dit is de belangrijkste maatregel die er is en hij helpt veel meer mensen dan alleen wie slecht hoort. Mensen kijken in de trein, op kantoor, zonder koptelefoon. Automatische ondertiteling is een startpunt, geen eindpunt: laat hem nakijken, want vaktermen gaan altijd mis.

Spreek uit wat je laat zien. Als je in een video zegt "je klikt hier", weet iemand die het scherm niet ziet niets. Benoem waar je klikt en wat er gebeurt.

Zet niet alles in beeld. Een schema als afbeelding is voor een deel van je deelnemers leeg. Zet de kern ook in tekst, of geef de afbeelding een beschrijving die klopt.

Gebruik echte koppen. Kopniveaus in de juiste volgorde zijn hoe iemand met een schermlezer door je les navigeert. Tekst dik en groot maken is geen kop.

Schrijf links die op zichzelf te begrijpen zijn. "Bekijk het werkblad bij les 3" werkt, "klik hier" niet.

Bied downloads aan in een leesbaar formaat. Een gescande pdf is een plaatje van tekst en dus onleesbaar voor hulpsoftware.

Een test die een half uur kost

Doe dit in je proefperiode, met je eigen materiaal erin.

  1. Doorloop een les zonder muis.
  2. Zet het geluid uit en kijk of je het nog kunt volgen.
  3. Zet de browser op tweehonderd procent.
  4. Bekijk het op een telefoon.
  5. Laat iemand van boven de zestig zonder uitleg inloggen en de eerste les starten.

Die laatste levert meestal de meeste verbeteringen op en ze kosten je niets.

Waarom het zich terugbetaalt

Ondertiteling wordt door iedereen gebruikt. Duidelijke koppen maken je materiaal beter vindbaar. Genoeg contrast leest ook prettiger op een telefoon in de zon. Je maakt je cursus niet toegankelijk voor een kleine groep, je maakt hem bruikbaarder voor iedereen.

Zet toegankelijkheid daarom als regel op je eisenlijst en kijk bij eigen domein en huisstijl wat je kleurkeuzes ermee te maken hebben.

Vindplaatsen

Gecontroleerd op 6 september 2026. Of jouw aanbod onder deze regels valt, hangt af van wat je verkoopt en aan wie. Dit is een uitleg en geen juridisch advies.